Jaarverslag 2025 Integriteitscommissie JenV

Het jaarverslag van de Integriteitscommissie JenV over 2025 is nu beschikbaar. Hierin verslaat de commissie niet alleen de activiteiten van afgelopen jaar, maar blikt de commissie ook vooruit op 2026. In 2026 blijft de Integriteitscommissie JenV stevig geworteld in haar kernopdracht: het doen van het goede voor iedereen die bij een melding betrokken is. Dat betekent dat zowel de melder als degene op wie de melding betrekking heeft, kan rekenen op een zorgvuldige, evenwichtige en rechtvaardige behandeling. Deze houding vormt het fundament onder alle stappen die de commissie in het komende jaar zet.

Trends en aandachtspunten in 2025

De commissie signaleert verschillende trends vanuit de meldingen die in 2025 zijn binnengekomen:

  • Leidinggevenden laten het regelmatig na om medewerkers tijdig aan te spreken op onacceptabel gedrag.
  • Leidinggevenden zetten medewerkers regelmatig onder druk om te komen werken tijdens ziekte of ze melden medewerkers zelfs eerder beter, om bijvoorbeeld zo het ziekteverzuimpercentage laag te houden.
  • Soms spelen schurende paradigma’s een rol in de handelswijze bij integriteitskwesties.
  • Zzp’ers die via een mantelorganisatie worden ingehuurd door het ministerie van JenV zijn kwetsbaar.

Uit de zeven onderzoeken die de commissie in 2025 heeft afgerond, komt een aantal structurele aandachtspunten naar voren. Zo ervaren melders regelmatig nadelige gevolgen, ook wanneer geen sprake is van opzettelijke benadeling. Na het doen van een melding van een vermoeden van een misstand zet de werkgever zich niet altijd actief genoeg in om de melder te erkennen en te beschermen. Ook wordt hoor en wederhoor niet consequent toegepast, met name bij belastende signalen of beschuldigingen.

Daarnaast is de besluitvorming soms onvoldoende transparant, waardoor medewerkers zich niet gehoord of onvoldoende beschermd voelen. Leidinggevenden geven niet altijd voldoende invulling aan hun zorgplicht, met name in situaties waarin medewerkers zich in een kwetsbare positie bevinden. Verder worden gedragscodes niet altijd gevolgd, bijvoorbeeld bij het delen van informatie, het beëindigen van samenwerkingen of het omgaan met meldingen.

Evaluatie

In 2025 bestond de commissie vijf jaar en heeft de commissie zich laten evalueren door een onafhankelijk extern bureau, KWINK. De belangrijkste conclusies uit het evaluatierapport gaan over het bestaansrecht, de werkwijze en de impact van de commissie. Het rapport bevat ook aanbevelingen. Hiermee is de commissie in 2025 aan de slag gegaan. Zo zijn de doorlooptijden van onderzoeken verkort van gemiddeld negen maanden naar vier maanden. In het jaarverslag leest u meer over de evaluatie.

Instrumentarium uitgebreid

Het afgelopen jaar heeft laten zien dat een bredere inzet van instrumenten vaak beter aansluit bij de aard en ernst van meldingen. De commissie heeft bewust de koers verlegd naar minder formele onderzoeken en meer gebruik van andere interventies. Een van die instrumenten is het voeren van een signaalgesprek. Daarnaast heeft de commissie verschillende opties om de werkgever te adviseren.

Deze werkwijze draagt bij aan snellere, proportionele en meer oplossingsgerichte afhandeling van meldingen. Het Instellingsbesluit is herzien en in werking getreden per 1 januari 2026. De commissie heeft dus een uitgebreid instrumentarium en werkt verder aan het verfijnen van de inzet van deze instrumenten.

Integriteitsdomein voortdurend in beweging

Het zorgvuldig bewaken van procedurele rechtvaardigheid blijft in 2026 een belangrijk streven. Omdat het integriteitsdomein voortdurend in beweging is, blijft de commissie telkens opnieuw formuleren wat procedurele rechtvaardigheid in de praktijk betekent en daarmee oog houden voor alle betrokkenen bij een melding.

Monitoring

In 2026 wil de commissie haar monitoringsfunctie concreter gaan invullen. Omdat timing en vorm hierbij erg bepalend zijn, kiest de commissie ervoor om geen uniforme aanpak te hanteren, maar maatwerk aan te bieden. Door trends, signalen en patronen systematischer te volgen en te duiden, hoopt de commissie knelpunten te identificeren en bij te dragen aan preventie en organisatiebrede leerprocessen.

Contact